Trouwen in 1018… zo ging dat!

Sylvia van Delft & Theo Lagendijk én Morena de Kok & Boris Lenting trouwden op zaterdag 16 juni 2018 tijdens het Stadsspektakel in Vlaardingen in middeleeuwse sfeer. Ter ere van 1000 jaar Slag bij Vlaardingen had de gemeente Vlaardingen een wedstrijd uitgeschreven voor alle trouwlustige koppels van Nederland. Zes stellen hadden enthousiaste belangstelling getoond om hun liefde voor elkaar uit te spreken tijdens het Vlaardingse historische feestjaar. De twee winnende paren kregen een gratis officiële plechtigheid in middeleeuwse stijl, een gratis trouwboekje en een feestelijke ‘middeleeuwse’ oorkonde, bloemen en na afloop een middeleeuwse feestdronk.

Maar hoe ging het trouwen nu echt in 1018?

Historicus Henk ’t Jong geeft een inkijkje in trouwen in het graafschap Frisia in de periode tussen circa 950 en 1100.

Het begint met een verloving

Elk huwelijk, bij welke stand ook, draaide in de middeleeuwen om een zakelijke overeenkomst tussen twee families. Hoe arm je ook was, een bruid kreeg een bruidsgift of -gave van haar bruidegoms familie en die bleef haar bezit, ook als ze weduwe werd. De hoogte van die gift werd bij de verloving bij haar thuis afgesproken. De toekomstige bruidegom vroeg aan haar vader of voogd haar hand en vertelde hoeveel hij daarvoor over had: een stuk land, een stuk vee of een bepaald stuk huisraad, zoals een bed. Dat hing dus van de rijkdom van de families af. Als de gift geaccepteerd was, spraken de families af wanneer de bruiloft (brulochte) zou zijn. Dit alles was dikwijls een formaliteit, want van tevoren was daar al lang over gesproken.

Groot verschil arm en rijk

In de praktijk van die kleine middeleeuwse dorpen en steden kende het paar elkaar meestal al jaren en was men dikwijls met elkaar opgegroeid. De families wisten daarom al wel wat de man en vrouw aan elkaar konden hebben. Toch moet je niet denken dat er geen liefde aan zo’n huwelijk te pas kwam. Van de pastoor (de kerk dus) mocht je niet tegen je zin trouwen, dus daar hielden ook de wederzijdse ouders rekening mee. Dat gold minder bij de elite en de adel, waar grotere belangen een rol speelden. De toekomstige echtelieden hadden elkaar soms nog nooit gezien hadden voor ze trouwden, omdat ze ver van elkaar woonden. Bij de elite en de adel werden kinderen soms al voor ze tien waren aan elkaar uitgehuwelijkt. Gewone mensen trouwden rond hun twintigste-vijfentwintigste.

hart van bloemenHaren los met bloemenkransen

Als de grote dag daar was, kleedde iedereen zich in zijn beste kleren, want speciale trouwkleding bestond niet. In het juiste seizoen gebeurde het wel dat men bloemenkransen in zijn of haar haar droeg. De bruid droeg voor deze ene dag het haar los, zonder de gebruikelijke vlechten. Zodra ze getrouwd was, deed ze namelijk haar hovetcleet (een linnen hoofddoek) om en dat droeg ze de rest van haar leven het grootste deel van de dag. De bruidegom kwam haar met zijn vrienden op de afgesproken tijd, zo rondom de noen (het middagmaal), thuis afhalen. Samen, gevolgd door de familie en vriendinnen van de bruid, liep men dan naar de parochiekerk.

De kerk stond erbuiten

De kerk had zelf niets met de trouwerij te maken. Het was de centrale plaats van de gemeenschap en daarom werd daar in het openbaar aan elkaar trouw beloofd en nam men elkaar als man en vrouw aan. Als men het kon betalen kreeg de vrouw eventueel een ringetje om haar ringvinger. Als dat niet het geval was, werd wel een muntje, een penning, in tweeën gesneden en kreeg elk van hen de helft. Dit gebeurde dus buiten de kerk, als het regende misschien in het zuiderportaal, maar het gezelschap kwam niet in de kerk en er werd geen mis opgedragen. De pastoor zegende hen ook niet, want het huwelijk behoorde nog niet tot de sacramenten van de kerk.

Bruiloftsmaal

Na deze eenvoudige ceremonie trok de hele groep naar het huis van de bruidegom waar zijn ouders en familie hen ontmoetten. Daar werd iedereen op het bruiloftsmaal  genodigd aan schragentafels bekleed met schoon linnen en versierd met groen, bloemen en kruiden. Familie en vrienden brachten in de armere kringen daarvoor ook gerechten en dranken mee en daar werd rijkelijk van genoten. Van hen en de buren kreeg het nieuwe paar, als men dat kon betalen tenminste, diverse stukken huisraad voor als ze op zichzelf zouden gaan. Het kwam vooral in dorpen namelijk veel voor dat de bruid tijdelijk bij de ouders van de bruidegom introk tot er een huis gehuurd of gebouwd kon worden.

zwart-wit tekening van een huwelijkPas getrouwd na geslaagde bijslaap

De rest van de dag werd er gegeten en gedronken, gezongen en muziek gemaakt als er muzikanten aanwezig waren. En dan werd er natuurlijk ook gedanst. De meeste mensen, inclusief het bruidspaar, werden dronken en zullen de afloop ervan niet helemaal helder hebben meegemaakt. In ieder geval werd het bruidspaar ’s avonds naar het bed geleid dat ze voorlopig zouden beslapen. Met veel grappen en suggesties werd het paar dan alleen gelaten. Pas als de bijslaap gelukt was (het huwelijk geconsumeerd) was het huwelijk een feit. Bij rijke families en zeker bij de adel kreeg de bruid de volgende ochtend een extra geschenk van haar man: de morgengave. Dat kon een juweel zijn, een gebedenboek of een geheel nieuwe set statiekleding. Maar het kon ook een nog groter gebaar zijn. Graaf Willem I gaf zijn vrouw Maria in 1220 bijvoorbeeld de watermolens van Zierikzee, de hooimannen van Schouwen en al zijn dienstmannen die buiten Holland woonden. De morgengave zou zo lang de vrouw leefde haar eigen bezit blijven en ze kon zelf beslissen aan wie ze die gaven na zou laten.

Direct na de trouwerij begon het gewone leven weer en gingen het kersverse echtpaar en de bruiloftsgasten, met een kater, weer aan de slag in werk en huishouden. Aan huwelijksreizen deden de mensen nog niet.