Symposium De Dageraad van Holland

Op 12 mei kwamen in Leiden meer dan 300 mensen bijeen voor het symposium over het ontstaan van Holland. Het was een vol programma.

Grenzeloos verleden en braakliggend onderzoeksgebied

Emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis Dick de Boer nam een lange aanloop voor zijn aftrap. Hij schetste een beeld van een grenzeloos verleden waarin verschillende regio's zijn aan te geven, maar waarbij de grenzen niet goed te trekken zijn. Dat is ook niet gek, want hij maakt duidelijk dat het trekken van scherpe grenzen pas in de late Middeleeuwen in zwang komt. Daarvoor waren er zelfs geen woorden voor! Voor Holland was dit niet anders. Wel waren er regelmatig conflicten over eigendommen tussen verschillende heersers. De geschiedenis van Holland is dan ook vooral het verhaal over machthebbers en niet over mensen die er leefden. Over hun verhaal zwijgen de historische bronnen; archeologen kunnen er veel meer over vertellen. Daar ligt dus een groot onderzoeksgebied braak.

heren
Emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis Dick de Boer in gesprek met gedeputeerde Rik Janssen van de provincie Zuid-Holland.

Amateurs aan zet

Maar wie pakt dat op? Niet de universiteiten, zo betoogde Dick de Boer. Die richten zich vooral op de wereldgeschiedenis. Voor de beschrijving van de regiogeschiedenis, en dit geval het verhaal van Holland, is dan ook alle ruimte voor 'amateurs'. Mensen die uit liefhebberij hun lokale en regionale bewoningsgeschiedenis uitpluizen en erover publiceren.

Botting

'Onze' Kees Nieuwenhuijsen is daar een prachtig voorbeeld van. Hij vertelde het verhaal over de vroege wording van het graafschap Holland en ging onder meer dieper in op de 'botting'. Zo heette een grafelijke belasting die de graaf bij de meeste oude grafelijke plaatsen hief, maar juist bij Vlaardingen niet!
Een andere vrijetijdsbeoefenaar is Jan Huiting, die naast zijn werk promotieonderzoek doet naar de nederzettingsgeschiedenis aan de flanken van Holland, in het gebied van de Utrechtse Rijn. Aan de hand van kaarten en historische kan hij de ligging van oude bisschoppelijke goederen reconstrueren en machtsverhoudingen achterhalen. En hoe is dat voor Holland? Ook daar ligt nog een groot onderzoeksgebied braak. Wel is er enig zicht op hoe de grafelijke terreinen in Holland verspreid lagen. Daar ging stadsarcheoloog Tim de Ridder nader op in. Die vroege grafelijke gebieden blijken zich pas in de 12e eeuw duidelijk te manifesteren in de bodem en zijn daarmee archeologisch te onderzoeken. Ook blijkt er een duidelijke relatie tussen sommige – niet alle! - van die grafelijke terreinen en de latere stadsontwikkelingen, waaronder ook die van Vlaardingen.

Oudste stad

Ook met die stadsrechten is iets bijzonders aan de hand, zo schetste Rudi van Maanen in zijn verhaal. Door de stadsrechten goed onderling te vergelijken, ontdekte hij een zekere gelaagdheid in tijd waarop die rechten zijn verleend door de graaf aan de bewoners. Ook de stadsrechten van Vlaardingen en Haarlem blijken terug te gaan op oudere verleningen. Voor Rudi van Maanen is het dan ook geen uitgemaakte zaak dat Dordrecht of Geertruidenberg de stad met het oudste stadsrecht van Holland is.

Hollandgevoel

Tot slot discussieerden de panelleden met het publiek over de vraag of er een 'Hollander-gevoel' bestaat. Zoals het een goede discussie betaamt, liepen de meningen flink uiteen. De hoge opkomst in de zaal gaf aan dat dit gevoel bij de aanwezigen wel degelijk leeft!