Slag bij Vlaardingen

Op 29 juli 1018 ontscheept in Vlaardingen een keizerlijk leger onder aanvoering van hertog Godfried van Neder-Lotharingen. De soldaten binden de strijd aan met de vele malen kleinere groep manschappen en Friese boeren van graaf Dirk III. En ze verliezen.

Hoe groot is een leger?

Over de grootte van de legers heerst nogal wat onduidelijkheid. De elfde- en twaalfde-eeuwse bronnen geven verschillende en vaak overdreven schattingen. Het zijn wel bronnen waar deskundigen later op voortborduren. In de Bisschopskroniek van Kamerijk is sprake van een keizerlijk leger van twintigduizend soldaten, tegen een duizendtal van Dirk III. Een duidelijk overwicht, maar de getallen zijn behoorlijk aangedikt. Ook de kroniek van Thietmar noemt hoge cijfers. In deze bron is sprake van drie keizerlijke legioenen, wat waarschijnlijk drieduizend man betekent.

Geloofwaardige schatting

Aan de andere kant is het, op grond van diverse historische gegevens, aannemelijk dat het leger van Dirk III uit niet meer dan een paar honderd beroepssoldaten en Friese boeren bestaat. En dan ligt het niet voor de hand dat de keizer op zo’n bij elkaar geraapt leger duizenden mannen afstuurt. Alle beschikbare gegevens in acht nemende lijkt het er op dat het keizerlijke leger ongeveer duizend soldaten telt. In theorie ruim voldoende om de Slag bij Vlaardingen te winnen, maar dat loopt dus anders.

Inschepen en aanmeren

Om zo’n groot leger over een relatief grote afstand te vervoeren is het water de beste route. Godfried van Neder-Lotharingen vertrekt vanaf Tiel met een grote vloot naar Vlaardingen. Daar gaan de keizerlijke troepen waarschijnlijk in de buitenbocht van de Oude Maas, daar waar nu Het Scheur ligt, aan land en trekken ze op richting de kerkheuvel.

Aan de hand van middeleeuwse geschriften hebben de Vlaardingse stadsarcheoloog Tim de Ridder en Kees Nieuwenhuijsen het verloop van de slag gereconstrueerd. De monnik Alpertus van Metz schreef kort na de Slag bij Vlaardingen een uitgebreid verslag. Wanneer we ook de kronieken van bisschop Thietmar van Merseburg en van de bisschoppen van Kamerijk erbij betrekken, krijgen we een beeld van de gebeurtenissen op die 29e juli in het jaar 1018.

De strijd zoeken

Vanaf de landingsplaats naar de nederzetting trekt het keizerlijke leger eerst op in noordelijke richting. Graaf Dirk III heeft zich met enkele vertrouwelingen in de burcht verschanst terwijl het overgrote deel van de Friezen zich terugtrekt op hoger gelegen plaatsen. Tijdens deze opmars worden de manschappen van de keizer gestremd door brede sloten, zo beschrijft Alpertus. Aan de hand van archeologisch onderzoek is bekend dat in de tiende tot de dertiende eeuw direct voor de kerkheuvel een grote waterpartij ligt. Dat zou heel goed de waterpartij kunnen zijn die Alpertus noemt. De mannen van Godfried moeten op zoek naar een goede oversteekplaats en maken een omtrekkende manoeuvre naar het westen.

Slag bij Vlaardingen

Hinderlaag

Graaf Dirk III heeft de confrontatie goed voorbereid. Het lijkt alsof hij de omtrekkende beweging heeft voorzien. Hij heeft namelijk ten westen van de burcht, in het veenbos, een hinderlaag gelegd. Een leger Friezen zit verstopt tussen de struiken. Wanneer het vijandige leger nadert komen ze tevoorschijn. De strijd is begonnen.

Een vreemd gerucht

En dan gebeurt er iets onverwachts: de achterhoede van het keizerlijke leger vlucht plotseling in paniek voordat er daar ook maar een druppel bloed vloeit. Het gerucht verspreidt zich namelijk dat hertog Godfried, in de voorhoede, persoonlijk in het nauw is gedreven en het strijdtoneel is ontvlucht. Een ‘door de duivel ingeblazen’ persoon roept keihard ‘Vlucht, vlucht!’. De soldaten die in het veenbos niet goed kunnen zien wat zich werkelijk afspeelt zetten het op een lopen. Dirk III overziet het strijdtoneel vanuit zijn burcht en hij gebaart nu naar de Friezen. Ze moeten de vluchters achtervolgen en in de rug aanvallen. De keizerlijke soldaten sneuvelen door de Friese speren en zwaarden, en degenen die de boten proberen te bereiken, die in diep water liggen, verdrinken in de rivier. Godfried ziet dit met lede ogen aan. Hij vecht moedig door, maar zonder leger kan hij geen stand houden.

slag

Een bemiddelende gevangene

Op dat moment, trekken Dirk III en een kleine groep soldaten te paard naar de door boeren omsingelde hertog die strijdt voor zijn leven. Dirk roept de Friezen terug en neemt Godfried mee naar de burcht. Zo redt hij het leven van de hertog. De slag is voorbij, het keizerlijke leger verslagen.Thietmar stelt dat Dirk III en bisschop Adelbold zeer snel een vrede sluiten, door bemiddeling van de gespaarde hertog Godfried. Bij deze onderhandelingen moet Dirk wel enkele concessies doen. Vermoedelijk heeft hij een paar landerijen aan de bisschop teruggegeven. De strijd is gestreden, de vrede getekend. Vlaardingen zal bijna dertig jaar lang niet worden aangevallen.

Waar de honden geen brood van lusten

Alpertus vermeldt dat de overwinnaars zich schandelijk hebben gedragen. De Friezen stelen de wapenrusting en kleding van de overwonnen soldaten. Samengebonden drijven de lijken nog lang door de rivier. In tegenstelling tot de Vlaardingers laten de wilde dieren en de natuur de overwonnenen wel met rust, hun lijken drijven onaangetast door rot en aanvreting. Dit zijn ongetwijfeld  overdrijvingen van Alpertus die als kroniekschrijver een vooringenomen standpunt  ten aanzien van Dirk III laat zien. Hij beschrijft namelijk veelvuldig hoe de Friezen zich als heidense barbaren gedragen.