Rampspoed treft Vlaardingen

In 1163 legt paus Alexander III de eerste steen voor de Notre Dame in Parijs. In Vlaardingen , vVijfhonderd kilometer naar het noordenlijk, in Vlaardingen, slaat de Sint-Thomasvloed de cruciale dijk over een lengte van meer dan twee kilometer weg.

Dat jaar is Vlaardingen op het hoogtepunt van zijn grafelijke geschiedenis. De graaf van Holland verblijft vaak in Vlaardingen. Delen van de fundering van een zeer grote kerk, gevonden in 1941 en in 1967, tonen aan dat de verschillende graven grote toekomstplannen hebben met Vlaardingen. Het ligt zeer strategisch voor de controle van handelsroutes. Zo krijgt het in de twaalfde eeuw trekken van een grafelijke hoofdstad. Tot het noodlot toeslaat.

Stormvloed en overstroming

In 1134 verwoest een stormvloed de duinen van Monster en Naaldwijk. De westenwind krijgt vrij spel over het land. Dezelfde stormvloed maakt van Zeeland een eilandengroep.
Een tweede, noordelijker inslaande vloed raakt Holland op 21 december 1163, op de dag van Sint Thomas. Zo komt deze overstroming bekend te staan als de Sint-Thomasvloed.

De grond rondom Vlaardingen is in de voorgaande eeuwen gestaag gedaald door landbewerking waardoor het veen is vergaan en de bodem is ingeklonken. De Vlaardingse dijk houdt de nederzetting desondanks droog. Hoe meer de bodem daalt, hoe belangrijker de dijk wordt. Tegen het vloedwater van de overstroming is de dijk echter niet bestand. Over een lengte van twee kilometer slaat het water de dijk weg, het achterliggende land raakt bedekt met klei- en ziltrijk water.

Stap terug voor Vlaardingen

Bij de Sint-Thomasvloed raakt de oude Rijnmond volledig afgesloten. In de elfde en twaalfde eeuw kampt de monding van de Oude Rijn bij Katwijk met verzanding. Veel van de polders in Holland beginnen onder te lopen met Rijnwater dat niet meer de Noordzee in kan stromen. Als  maatregellegt graaf Floris III, een dam in de Oude Rijn bij Zwammerdam, wat leidt tot overstromingen van Utrechtse polders. Dit wordt, twee jaar na de overstroming, de aanleiding tot een korte oorlog tussen het bisdom Utrecht en het graafschap Holland..

Vlaardingen moet na de overstroming eigenlijk weer helemaal opnieuw beginnen. Een groot deel van Vlaardingen is bedekt met een dik pak klei. De nederzetting en de akkers zijn verwoest en om de gronden weer te kunnen gebruiken zijn nieuwe ontginningen nodig. Overigens laten de graven Vlaardingen nog niet links liggen. Ze laten een grafelijke hof bouwen van waaruit de nieuwe ontginningen worden gecoördineerd. Maar als woonplaats heeft Vlaardingen voor de graven afgedaan. De grote kerk wordt niet afgebouwd en de aandacht van de graven verschuift naar Dordrecht en Den Haag.