Een Vlaardingse munt duikt op

Aan het eind van de elfde eeuw beleeft Vlaardingen een bloeiperiode. Zijn graaf slaat ook zelf munten. Een van deze munten heeft Museum Vlaardingen in bruikleen van het muntenkabinet van Stockholm.

Op de ene zijde staat ‘COMES’ en op de andere ‘FLARDI-GA’. Dat is latijn  voor graaf van Flardinga, zoals de middeleeuwse benaming van Vlaardingen luidt en wellicht heet zelfs heel het graafschap op een zeker moment zo.  Dat de munt uiteindelijk terecht komt in Zweden, laat zien dat elfde-eeuws Vlaardingen deel uitmaakt van het internationale handelsnetwerk. Via de Merwede (die nu Het Scheur en de Nieuwe Maas heet) drijven de kooplieden handel met Engeland en Scandinavië, voornamelijk in koeienhuiden.

munten

Geld is een ruilmiddel

In de middeleeuwen is ook vee een ruilmiddel. Het voordeel van munten is dat ze makkelijker zijn mee te nemen en dat het mogelijk is een reeks identieke munten te produceren. De koning of de keizer kunnen hun recht om munten te slaan toekennen aan lokale machthebbers. De hoeveelheid zilver of goud in een munt verschilt per regio.. Hierdoor zijn er voor verschillende regio’s verschillende munten terug te vinden. Zoals de munt uit Vlaardingen.
Op de geslagen munten staat meestal een afbeelding van de Duitse keizer. Er zijn ook bisschoppen en een enkele graaf die munten laten slaan, met een andere afbeelding. De keizer is daar niet echt gelukkig mee, maar kan er weinig tegen doen. Het slaan van een munt met waarschijnlijk een afbeelding van de graaf lijkt de zoveelste daad van onafhankelijkheid van de machthebber in Flardinga.