De strijd laait op

In 1039 volgt graaf Dirk IV zijn vader op. De appel valt niet ver van de boom. Ook hij breidt zijn graafschap uit door kerken en bezittingen van het bisdom Utrecht af te pakken. Om de gevolgen lijkt hij zich niet te bekommeren.

Het eigenzinnige gedrag van ook deze Dirk leidt tot ongenoegen bij de Duitse keizer Hendrik III. Dit leidt tot een eerste strafexpeditie die de keizer wint. Dirk IV raakt delen van zijn graafschap kwijt en besluit meteen in opstand te komen en aangrenzende bisdommen te plunderen. Er is een einde gekomen aan een periode van relatieve rust.

Overhand op eigen terrein

In de zomer van 1046 plundert Dirk IV samen met de opstandige Godfried met de Baard (van Neder-Lotharingen) en consorten het keizerlijk paleis in Nijmegen. Hij is een neef van de Godfried van Neder-Lotharingen die in 1018 door Dirk III is verslagen. De keizer stuurt een tweede strafexpeditie in september 1047. Dit keizerlijk leger richt zijn pijlen eerst succesvol op de burcht van Rijnsburg. Hier slaat Dirk IV zelf munten terwijl de Duitse keizer dit recht alleen aan de bisschop van Utrecht heeft toegezegd. Na Rijnsburg komt Vlaardingen in het vizier van het keizerlijke leger. Maar net als in 1018 loopt het ook nu voor de keizer niet goed af. De soldaten nemen de sterke burcht  Vlaardingen wel in, maar de burcht is dan al verlaten. Vermoedelijk hebben de graaf en zijn manschappen  zich in het veen teruggetrokken, wachtend op het juiste moment. Het waterrijke landschap bemoeilijkt  de doorgang voor de keizerlijke manschappen en  wanneer zij uiteindelijk de tocht naar huis aanvaarden, slaan de mannen van Dirk IV toe. Met hun kennis van de omgeving en snelle bootjes kunnen ze veel slachtoffers maken. Het keizerlijk leger druipt af.

In een hinderlaag gelokt

Dat Dirk IV tot tweemaal toe de dans ontspringt, betekent niet dat hij nu zijn gang kan gaan. Hij heeft te vaak de Duitse keizer en de bisschop van Utrecht geschoffeerd en dat komt hem uiteindelijk duur te staan. Er wordt een plan gesmeed om eens en voor altijd af te rekenen met de ongehoorzame graaf. Op 13 januari 1049 loopt hij in een hinderlaag in de buurt van waar nu Dordrecht ligt en sterft. De opdrachtgevers voor deze moordaanslag zijn vermoedelijk de bisschoppen van de omringende bisdommen, de bondgenoten van keizer Hendrik III. De broer van Dirk IV, Floris I, volgt hem na zijn dood op en hij zet de eigengereide praktijken voort. Het begint een dynastieke karaktertrek te worden.