Kerkje

In 726 of 727 doneert bBisschop Willibrord verschillende kerken in West-Frisia aan het klooster van Echternach. Eén van deze kerken ‘in de gouw Marsum’, is die van zien we als de eerste vermelding van een kerk in Vlaardingen.

Clemens Willibrord, geboren in 658, is aartsbisschop der Friezen en missionaris in Frisia. Hij is de eerste bisschop van Utrecht en wordt na zijn dood als heilige vereerd. In 739 overlijdt Willibrord in Echternach in het huidige Luxemburg. In zijn testament doneert hij alle goederen die hij van de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal heeft ontvangen, aan het klooster van Echternach. Dit klooster is in de vroege middeleeuwen een van de machtigste kloosters en een grootgrondbezitter in het gebied Holland.

De gouw Marsum

In zijn testament uit 726 zegt Willibrord “(…) de clericus Heribald heeft mij geschonken en in handen gegeven een [of de] kerk in de gouw Marsum, waar de Maas uitmondt in de zee, met hetgeen ertoe behoort, bovendien een moerassig stuk land waarop schapen kunnen worden gehouden. De zaken hierboven genoemd en ook opgeschreven, schenk ik, Clemens Willibrordus, en ik draag ze over aan dat bovengenoemde huis van God, Echternach” (vertaling door van Berkum, 1993)

Moederkerken

De kerk van Vlaardingen is een van de vijf  moederkerken van Holland die in eigendom zijn van het klooster Echternach. De andere vier staan in Oegstgeest, Velzen, Heiloo en Petten. De West-Friese graven nemen deze kerken in bezit en dit is de aanzet voor een eeuwenlange strijd tussen het klooster en de graven, die pas in 1162 volledig wordt beslecht.