Land temmen

In 985 ontvangt graaf Dirk II, de grootvader van Dirk III, het zogeheten wildernisregaal. Dit stelt hem in staat een begin te maken aan het temmen en cultiveren van het ruige land.

man met bijl

Voor 985 bestaat de omgeving rond middeleeuws Vlaardingen uit wildernis, heel veel wildernis. De grote stukken bebost gebied op het veen maken landbouw praktisch onmogelijk.  Het wildernisregaal is vergelijkbaar met een kapvergunning, maar dan een uitgegeven door de koning zelf. Het betekent voor Dirk II dan ook veel meer dan de toestemming om wat bomen te rooien: nu hij het wildernisregaal heeft, is het gebied zijn eigendom en zullen zijn kinderen het erven. Dirk II had het daarvoor in bruikleen gekregen van de Duitse koning Otto III. Nu kan Dirk II ermee doen wat hij wil en de graaf heeft grote plannen.

Gewassen verbouwen

In de jaren die volgen verandert het landschap. Dichtbeboste gebieden worden gekapt en hele stukken grond worden klaargestoomd om gewassen op te verbouwen. Er is ook ruimte voor woningen.  De Vlaardingers krijgen in de loop der eeuwen steeds meer controle over de rauwe wereld om hen heen. De menselijke hand wordt zichtbaar door het temmen van het land.