Visserijrechten

In 1276 krijgt Gerrit van Wateringen visserijrechten van Floris V, graaf van Holland. Dit chartervisserijrecht is het oudste in het Stadsarchief Vlaardingen bewaarde archiefstuk.

Net als nu mogen mensen in de middeleeuwen niet zomaar de natuur bewerken. De wateren en bossen  en alles wat daarin leeft, zijn eigendom van de landheer. In Vlaardingen anno 1276 dus van de graaf van Holland, Floris V. Het recht om te vissen schenkt Floris V aan ambachtsheer Gerrit van Wateringen. Deze krijgt dan het overdraagbare alleenrecht te vissen voor de sluizen van Vlaardingen.

Wat is een ambachtsheerlijkheid?

Gerrit van Wateringen is een zogeheten ‘ambachtsheer’ van de graaf van Holland. Dit betekent dat hij een bepaalde macht heeft binnen een gebied. In Vlaardingen en Vlaardinger-Ambacht heeft hij bijvoorbeeld het recht om de plaatselijke rechtspraak uit te oefenen. Dit levert inkomsten uit de boetes op. Daarnaast bestaan er ook andere leenrechten, zoals het heffen van tienden, een vorm van winstbelastingen dus visserijrechten. De graven verlenen de ambachtsheerlijkheid aan vrije lieden, die vaak al aanzienlijk landbezit hebben. Hierdoor zijn heren zoals Gerrit en zijn opvolgers, omdat ze  kapitaalkrachtig zijn, ook in staat de graaf te ondersteunen als deze bijvoorbeeld manschappen nodig heeft voor oorlogen. Voor wat hoort wat.

visakte

Illustratie: Akte waarbij Floris V, graaf van Holland, Gerard van Wateringen begiftigt met het alleenrecht van de visserij voor de sluizen van Vlaardingen, 1276 (charter 468; collectie Stadsarchief Vlaardingen)