De laatste gravin

Jacoba van Beieren is zestien zestien jaar oud als ze in 1417 gravin van Holland wordt. Haar bewind duurt tot 1433, wanneerarna ze Holland, Zeeland en Henegouwen overdraagt aan Filips de Goede (van Bourgondië).

Onder het regime van het Bourgondische en later Habsburgse Huis groeit en bloeit Holland in de vijftiende eeuw. De rivierhavens verdienen goed aan de Rijnhandel met Duitsland. De Hollanders trotseren de gevaren van de zee en er komt veel geld in het laatje door zaken te doen met de landen rond de Oostzee, Frankrijk en Spanje. Als het nodig is, verdedigen ze met ferme hand hun belangen. De steden floreren, het graafschap Holland is rijk en machtig.

Alle zeilen bijzetten

Het succes van Holland blijft niet lang onopgemerkt. In een periode waarin graven en vorsten voortdurend bezig zijn nieuwe verbonden en allianties te sluiten, heeft Jacoba van Beieren het moeilijk. Vanaf het begin van haar regeerperiode moet ze alle zeilen bijzetten om de macht in haar graafschap te behouden. In 1433 verliest ze de strijd. Filips van Bourgondië lijft Holland in; het graafschap wordt opgenomen in het grote Bourgondische Rijk. Met het toevoegen van ook andere  graafschappen en hertogdommen, leggen de Bourgondiërs de basis van wat nu Nederland is

Een Spaans Holland

Filips spreekt de taal niet en komt er niet vaak, net als zijn opvolgers. De laatste graaf van Holland is deachterkleinzoon van zijn kleindochter, Filips II, de latere koning van Spanje. Die bezoekt Holland één keer, in 1549, om ingehuldigd te worden. In de vurige tijden van de Tachtigjarige Oorlog (beter: De Opstand) wordt hij in 1581 door de Hollanders afgezworen. Holland zal nooit meer een graaf  of vorst als heerser kennen