Bij toeval graaf

Graaf Albrecht van Beieren is 523 jaar oud als hij in 1389 graaf van Holland wordt. Rond de vijftig 50 plaatsen in Holland hebben stadsrechten, waardoor hij steeds meer overleg moet voeren met de grotendeels onafhankelijke stadsbesturen.

Eigenlijk is Albrechts broer Willem V, graaf van Holland. Albrecht volgt in 1347 zijn vader, de Duitse keizer, op als hertog van Beieren en graaf van Holland, maar vertoontvanaf 1354  tekenen van krankzinnigheid. Albrecht laat hem opsluiten en neemt de regering waar, tot hij in 1389 ook in naam graaf van Holland wordt.

Opkomst van de steden

Tussen 1000 en 1250 groeit de bevolking van Holland sterk. Veel boeren verlaten hun erf en trekken naar de dorpen. Ze leren er een ambacht en drijven handel. Ligt zo’n dorp gunstig, aan een weg of aan een rivier, dan kan het uitgroeien tot een stad. De burgers krijgen dan rechten van de graaf. Ze kunnen bijvoorbeeld een muur rond de stad bouwen of hoeven geen tol te betalen. In ruil betalen ze belasting aan de graaf en leveren soldaten in tijd van oorlog.

Dordrecht de grootste

In de eerste Hollandse steden, zoals Leiden, Vlaardingen en Dordrecht, wonen een paar honderd mensen. Vanaf 1250 groeit het aantal inwoners en er komen ook meer steden. In de tijd van graaf Albrecht hebben zo’n vijftig plaatsen in Holland stadsrecht. Sommige zijn nog steeds klein; de grootste Hollandse stad, Dordrecht, heeft dan 8.000 inwoners.

Graaf moet meer overleggen

Er zijn veel verschillen tussen stedelingen, meestal koop- of ambachtslieden, en boeren. Is de stedeling helemaal vrij, de boer werkt vaak voor een heer. In de steden wordt van alles gemaakt: leer, bier, textiel en huishoudelijke voorwerpen. De kooplieden verhandelen ze, net als vee, zuivel en vlees van het platteland. De vele waterwegen in Holland maken die handel gemakkelijk en goedkoop. De steden worden zo steeds groter, steeds rijker en steeds machtiger. En de graaf heeft steeds minder te bevelen en moet steeds meer overleggen.

De hofstad in bloei

Graaf Albrecht van Beieren vestigt zich als graaf van Holland in Den Haag en laat dat dorp boven zichzelf uitstijgen. Hoewel het in de veertiende eeuw wel de allure van een stad heeft, is Den Haag niet in het bezit van stadsrechten. Het dorp ontwikkelt zich desondanks enorm. Inwoners krijgen belastingvoordelen, gebouwen ondergaan een opknapbeurt en de Hofvijver wordt uitgebreid. Meer en meer mensen verhuizen naar het dorp achter de duinen, ook dichters en musici, die op uitnodiging van Albrecht naar het hof komen. Den Haag wordt de belangrijkste grafelijke residentie. Tot op de dag van vandaag is het als regeringszetel het centrum van de macht.